dorstte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dorst·te

Werkwoord

vervoeging van
dorsten

dorstte

  1. enkelvoud verleden tijd van dorsten
    • Ik dorstte. 
    • Jij dorstte. 
    • Hij, zij, het dorstte.