dis-kleinakkoordje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis-klein·ak·koord·je

Zelfstandig naamwoord

dis-kleinakkoordje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord dis-kleinakkoord