dijòus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Occitaans

Uitspraak
  • IPA: /di'(d)ʒɔws/
Woordafbreking
  • di·jòus
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

dijòus m

  1. donderdag


Dagen in het Occitaans
diluns
maandag
dimars
dinsdag
dimècres
woensdag
dijòus
donderdag
divendres
vrijdag
dissabte
zaterdag
dimenge
zondag