destineerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • des·ti·neer·de

Werkwoord

vervoeging van
destineren

destineerde

  1. enkelvoud verleden tijd van destineren
    • Ik destineerde. 
    • Jij destineerde. 
    • Hij, zij, het destineerde.