desahucia
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| desahuciar |
desahucia
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van desahuciar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van desahuciar
| vervoeging van |
|---|
| desahuciar |
desahucia