depanneerde

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·pan·neer·de

Werkwoord

vervoeging van
depanneren

depanneerde

  1. enkelvoud verleden tijd van depanneren
    • Ik depanneerde. 
    • Jij depanneerde. 
    • Hij, zij, het depanneerde.