debugden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·bug·den

Werkwoord

vervoeging van
debuggen

debugden

  1. meervoud verleden tijd van debuggen
    • Wij debugden. 
    • Jullie debugden. 
    • Zij debugden.