daube

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

daube v

  1. (spreektaal) iets waardeloos
    «J’ai matté la télé, une grosse daube de téléfilm qui m’a endormi.»
    Ik tv gekeken, naar een waardeloze film waarvan ik in slaap viel. [1]

Verwijzingen