damnifica
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| damnificar |
damnifica
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van damnificar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van damnificar
| vervoeging van |
|---|
| damnificar |
damnifica