conjugase

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
conjugar

conjugase

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van conjugar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van conjugar