chaperonneerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·pe·ron·neer·de

Werkwoord

vervoeging van
chaperonneren

chaperonneerde

  1. enkelvoud verleden tijd van chaperonneren
    • Ik chaperonneerde. 
    • Jij chaperonneerde. 
    • Hij, zij, het chaperonneerde. 

Gangbaarheid