chap
Uiterlijk
- chap
| vervoeging van |
|---|
| chappen |
chap
- Het woord chap staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| chap | chaps |
chap
- (informeel), (persoon) gozer, kerel, vent zn
- (informeel), , (persoon) (vooral VK) klant
- (persoon) (vooral in zuiden VS) kind zn
- (anatomie) kinnebak
- kloof zn , scheur zn , spleet zn
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to chap |
| he/she/it | chaps |
| verleden tijd | chapped |
| voltooid deelwoord |
chapped |
| onvoltooid deelwoord |
chapping |
| gebiedende wijs | chap |
chap
- overgankelijk klieven ww , splijten ww , splitsen ww
- overgankelijk (dialectaal, in Schotland en Noord-Engeland) neerslaan
- onovergankelijk opengaan, splijten (m.n. van de huid)
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Informeel in het Engels
- Persoon in het Engels
- Anatomie in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels