calotte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

calotte v

  1. (spreektaal) mep, optater
    «Le prof de math, il a mis une calotte à Nicolas parce qu’il l’a surpris pendant l’interro en train de tricher.»
    De wiskundeleraar heeft Nicolas een lel gegeven omdat-ie hem betrapte op spieken tijdens de overhoring. [1]

Verwijzingen