cague
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| caguer |
cague
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van caguer
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van caguer
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van caguer
| vervoeging van |
|---|
| cagar |
cague