buitenkleuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·kleu·ren

Zelfstandig naamwoord

buitenkleuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord buitenkleur

Gangbaarheid