bouwmaterialenhandelaartje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bouw·ma·te·ri·a·len·han·de·laar·tje

Zelfstandig naamwoord

bouwmaterialenhandelaartje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bouwmaterialenhandelaar