boodschappenwinkeltjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bood·schap·pen·win·kel·tjes

Zelfstandig naamwoord

boodschappenwinkeltjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord boodschappenwinkel