bijzonderheidje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·zon·der·heid·je

Zelfstandig naamwoord

bijzonderheidje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bijzonderheid