beroepsschrijvertjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·roeps·schrij·ver·tjes

Zelfstandig naamwoord

beroepsschrijvertjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord beroepsschrijver