beroepsofficiers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·roeps·of·fi·ciers

Zelfstandig naamwoord

beroepsofficiers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beroepsofficier

Gangbaarheid