behaalde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·haal·de

Werkwoord

vervoeging van
behalen

behaalde

  1. enkelvoud verleden tijd van behalen
    • Ik behaalde. 
    • Jij behaalde. 
    • Hij, zij, het behaalde. 
  2. verbogen vorm van behaald, voltooid deelwoord van behalen