bebroed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·broed

Werkwoord

vervoeging van
bebroeden

bebroed

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebroeden
    • Ik bebroed. 
  2. gebiedende wijs van bebroeden
    • Bebroed! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebroeden
    • Bebroed je? 
  4. voltooid deelwoord van bebroeden