bakboordzijdetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·boord·zij·de·tje

Zelfstandig naamwoord

bakboordzijdetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bakboordzijde