Naar inhoud springen

baguenaude

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  baguenaude     la baguenaude     baguenaudes     les baguenaudes  

baguenaude v

  1. (spreektaal) wandeling(etje) [1]
vervoeging van
baguenauder

baguenaude

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van baguenauder
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van baguenauder
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van baguenauder