avonturiers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avon·tu·riers

Zelfstandig naamwoord

avonturiers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord avonturier
     Aangezien wij geen avonturiers waren en de risico’s daarom zo veel mogelijk uit wilden sluiten, boekten wij op de conservatieve manier.[1]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2