arkebussiertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ke·bus·sier·tje

Zelfstandig naamwoord

arkebussiertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord arkebussier