alpineski

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·pi·ne·ski

Werkwoord

vervoeging van
alpineskiën

alpineski

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van alpineskiën
    • Ik alpineski. 
  2. gebiedende wijs van alpineskiën
    • Alpineski! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van alpineskiën
    • Alpineski je?