allegoriseer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·le·go·ri·seer

Werkwoord

vervoeging van
allegoriseren

allegoriseer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van allegoriseren
    • Ik allegoriseer. 
  2. gebiedende wijs van allegoriseren
    • Allegoriseer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van allegoriseren
    • Allegoriseer je?