alleenheersertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·leen·heer·ser·tje

Zelfstandig naamwoord

alleenheersertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord alleenheerser