afgår

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • af·går
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense werkwoordsvorm met het voorvoegsel af-
Naar frequentie 8377

Werkwoord

afgår

  1. tegenwoordige tijd van afgå