adventskalendertje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·vents·ka·len·der·tje

Zelfstandig naamwoord

adventskalendertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord adventskalender