achtervolginkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·vol·gin·kje

Zelfstandig naamwoord

achtervolginkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord achtervolging