accordeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cor·deer·de

Werkwoord

vervoeging van
accorderen

accordeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van accorderen
    • Ik accordeerde. 
    • Jij accordeerde. 
    • Hij, zij, het accordeerde.