accompagniez
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| accompagner |
accompagniez
- tweede persoon meervoud onvoltooid verleden tijd (indicatif imparfait) van accompagner
- tweede persoon meervoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van accompagner
| vervoeging van |
|---|
| accompagner |
accompagniez