abjuras

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Werkwoord

vervoeging van
abjurer

abjuras

  1. tweede persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van abjurer


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
abjurar

abjuras

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abjurar