abhorres

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Werkwoord

vervoeging van
abhorrer

abhorres

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van abhorrer
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van abhorrer