abarca

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
abarcar

abarca

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abarcar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van abarcar