abajase

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
abajar

abajase

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van abajar (modo subjuntivo/aanvoegende wijs)
  2. derde persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van abajar (modo subjuntivo/aanvoegende wijs)