Fis-majeurakkoorden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Fis-ma·jeur·ak·koor·den

Zelfstandig naamwoord

Fis-majeurakkoorden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Fis-majeurakkoord