Affen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈafm̩/, /ˈafn̩/ (duidelijk uitgesproken) /ˈafən/
Woordafbreking
  • Af·fen

Zelfstandig naamwoord

Affen m, mv

  1. genitief, datief en accusatief enkelvoud van Affe
  2. nominatief, genitief, datief en accusatief meervoud van Affe