500 eurobiljetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 500 eu·ro·bil·jet·je

Zelfstandig naamwoord

500 eurobiljetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord 500 eurobiljet
Schrijfwijzen

Gangbaarheid