11 julivierinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 11 ju·li·vie·rin·kje

Zelfstandig naamwoord

11 julivierinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord 11 juliviering