's-Gravenhagenaartje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 's-Gra·ven·ha·ge·naar·tje

Zelfstandig naamwoord

's-Gravenhagenaartje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord 's-Gravenhagenaar