wervelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wer·ve·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wervelen
wervelde
gewerveld
zwak -d volledig

Werkwoord

wervelen

  1. (ergatief) zich al draaiend ergens heen bewegen
    De waterhoos was over het meer gewerveld.
  2. (ergatief) overdrachtelijk: zich snel voortbewegen
    De dansers wervelden over het toneel.
  3. (inergatief) een draaiende beweging maken
    Bij het opengaan van de sluisdeur had het water heftig gewerveld.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen