watje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wat·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord watje watjes

Zelfstandig naamwoord

watje o dim. tant.

  1. (medisch) een stukje ongesponnen katoen of synthetische vervanging daarvan
    Heb je een watje voor me?
  2. een weinig imposante persoonlijkheid
    Wat een watje is dat, zeg!
Vertalingen