watje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wat·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | watje | watjes |
Zelfstandig naamwoord
watje o dim. tant.
- (medisch) een stukje ongesponnen katoen of synthetische vervanging daarvan
- Heb je een watje voor me?
- een weinig imposante persoonlijkheid
- Wat een watje is dat, zeg!