voedde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voed·de

Werkwoord

vervoeging van
voeden

voedde

  1. enkelvoud verleden tijd van voeden
    Ik voedde.
    Jij voedde.
    Hij, zij, het voedde.