vleis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord vleis -

Zelfstandig naamwoord

vleis

  1. vlees
    «Die manskappe is van groente, vleis en melk voorsien.»
    De manschappen zijn van groente, vlees en melk voorzien.