verzond

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ver·zond

Werkwoord

vervoeging van
verzenden

verzond

  1. enkelvoud verleden tijd van verzenden
    Ik verzond.
    Jij verzond.
    Hij, zij, het verzond.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen