vertraagde
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·traag·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vertragen |
vertraagde
- enkelvoud verleden tijd van vertragen
- Ik vertraagde.
- Jij vertraagde.
- Hij, zij, het vertraagde.
- Ik vertraagde.