vertraagde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·traag·de

Werkwoord

vervoeging van
vertragen

vertraagde

  1. enkelvoud verleden tijd van vertragen
    Ik vertraagde.
    Jij vertraagde.
    Hij, zij, het vertraagde.