verlosten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·los·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verlossen |
verlosten
- meervoud verleden tijd van verlossen
- Wij verlosten.
- Jullie verlosten.
- Zij verlosten.
- Wij verlosten.
| vervoeging van |
|---|
| verlossen |
verlosten